Persoonlijke hulpmiddelen
Winkelwagen Mijn account
U bent hier: Home / Events / Debatten / Archief / Debatten 2012 / Het Nieuwe Werken
Info

Het Nieuwe Werken

18-01-2012

Eigen baas of nooit meer vrij?

 

Door Bettie Jongejan - Je ziet ze overal: hippe mensen met laptops en fancy smartphones die overal – in de trein, bij de koffieshop of gewoon thuis – werken en communiceren. Niks kantoorwerk van negen tot vijf. Weg baas en bovenbaas. Het credo is: tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Steeds meer bedrijven voeren het nieuwe werken in. Werkgevers zijn voor, het bespaart kantoorruimte en managers. En werknemers zijn er dol op, want ze kunnen hun tijd zelf indelen en werken wanneer het hen uitkomt. Maar werkt het? En waar niet?

Onder leiding van Anita Pepping en John Geijp, journalisten bij het Dagblad van het Noorden, debatteerden Nico van Yperen (RUG-arbeidspsycholoog), Lourens Dijkstra (Think Too Organisatieadviseurs), Peter van der Meer (arbeidseconoom), Annemarie Knol (projectleider het nieuwe werken bij DUO) en sociologe Gerry Hofkamp over de verdienstelijkheid en de keerzijde van het nieuwe werken. Halverwege de avond probeerde Frank den Hollander zijn visie op deze nieuwerwetsigheid tegeven.

 

Voordat de discussie losbarst kijkt het publiek geamuseerd naar een filmpje over het nieuwe werken. Sjaak, ambtenaar bij de gemeente Uftingen, en zijn collega zijn met hun mobiel gemeentelijk kantoor afgereisd naar de middle of nowhere. De gemeentelijke stukken vliegen door de opstekende wind alle kanten op. Iedereen begrijpt dat van dit plaatsonafhankelijk werken niets terechtkomt.


Op een slide worden vier kenmerken van het nieuwe werken nog eens toegelicht: tijd- en plaatsonafhankelijk, sturen op resultaat, vrije toegang tot kennis en middelen en arbeidsvoorwaarden.

 

Volgens Van Yperen is de wetenschap van oudsher een beroep dat verbonden is met het nieuwe werken. Hoogleraar Heymans nam vroeger tentamens af bij hem thuis. Tegenwoordig hebben wetenschappers via technologische faciliteiten in het café, thuis of op een congres in het buitenland 24/7 toegang tot hun onderzoek. Hij ervaart dit als positief: “Ik wil ook in het weekend mijn e-mails kunnen checken.”

 

Onlangs verscheen in Dagblad van het Noorden een reeks artikelen en een test over het nieuwe werken. Van Yperen: “Onderzoek wees uit dat de meeste mensen zich prettig voelden bij het nieuwe werken.” Hij noemt een aantal factoren op die bepalend zijn: de werkplek thuis, functiegeschiktheid, handig zijn met nieuwe technologieën, privésituatie, maar ook de werkmotivatie. Zo staan mensen met kinderen positiever tegenover het nieuwe werken: het geeft hen meer flexibiliteit. Volgens Van Yperen biedt dit onderzoek meer inzicht in de kenmerken van het nieuwe werken. “Dit onderzoek is een checklist voor organisaties waar ze aan moeten voldoen om het naar tevredenheid in te voeren.”

 

Geijp licht een andere enquête over het nieuwe werken toe die kort geleden verscheen in de krant, afgenomen bij de ondernemers van vierhonderd bedrijven uit het noorden. Een waterval aan cijfers volgt: 87 procent van de ondernemers kende het begrip. 50 procent uit de sector industrie/bouw/transport is ook van plan om het daar door te voeren. Concluderend is in 36 procent van alle sectoren het nieuwe werken al ingevoerd, in 42 procent gedeeltelijk en in 22 procent nog niet. Valkuilen van het nieuwe werken zijn een andere manier van leidinggeven, mentale belasting thuis en minder controle.

 

Knol wordt wel gelukkiger van het nieuwe werken. Door haar werkplek aan te passen aan activiteiten, ervaart ze meer vrijheid. Medewerkers van DUO kregen workshops aangebodden; Knol ontkent niet dat het een hele omslag voor de managers was. Niet enkel de uren en aanwezigheid tellen, maar het resultaat voorop stellen. Die omslag kost tijd, een proces dat wel vijf jaar kan duren. Dijkstra beaamt dit. Managers veranderen van leidinggevenden in verbindingsofficieren, of output managers. Plannen wordt belangrijker. Ze moeten goed met de medewerkers van de afdeling afstemmen wat de klant wil.

 

Knol stelt dat DUO al een eind op weg is. Door hun nieuwe duurzame gebouw met de flexibele werkplekken zijn ze in staat om medewerkers van andere afdelingen met elkaar te laten integreren. Ook de ICT-tools zijn goed. Zo is er een video conference-ruimte, en thuis kunnen werknemers met een zogenaamde token inloggen en met beeld vergaderen. Het aantal thuiswerkers neemt toe. Volgens Knol is het niet zo dat medewerkers per definitie ongeschikt zijn voor het werk. “Uiteindelijk gaat het erom hoe je zo prettig en efficiënt mogelijk kunt werken.”

 

Maar bij het invoeren was niet iedereen tevreden. Met name over de flexibele werkplekken. Op bepaalde dagen is het erg druk, en staan mensen ’s ochtends vroeg in de rij om een gunstige plek te bemachtigen. Sommige collega’s loggen niet uit in hun afwezigheid met als gevolg dat anderen niet aan het werk kunnen. Zelf kreeg Knol wel eens de opmerking dat ze wel heel lekkere werktijden heeft. Het is een proces van lering en gewenning. De beeldvorming van ‘vrijheid blijheid’ is onterecht, vindt Dijkstra: “de kekke stoeltjes, loungen met je laptop in de zon, heeft u dat al eens geprobeerd?”

 

Een vrouw uit het publiek stelt dat er nadelen verbonden zijn aan het nieuwe werken. Zoals de archiefkast met de bijbehorende dossiers en de bibliotheek. Pepping: “U mist de boeken. Annemarie Knol, hebben jullie geen boeken bij DUO?” Knol grapt: “Wij maken onderwijs mogelijk, we lezen zelf niet. Maar we maken werkinstructies wel digitaal.”

 

Het nieuwe werken heeft wel nadelen, werpt een andere vrouw in het publiek tegen. Ze werkt als freelance tolk. Als zij op het bewuste tijdstip niet online is en de klussen niet kan accepteren, loopt ze opdrachten mis. Dijkstra en Van Yperen reageren nonchalant met “sneu en jammer”.

 

Van Yperen meent dat de grootste technologische veranderingen met betrekking tot technologie op de werkvloer al plaatsvond in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de database-analisten de kennis en macht van de kaartenbak- archivarissen overnamen.

 

Op meesterlijke wijze vertolkt columnist Frank den Hollander de onzinnigheid van het nieuwe werken in de werkomgeving. Hij laat zien hoe het werkt: tegelijkertijd met een opdrachtgever aan de lijn met wie hij zijn honorarium en afspraken plant in Google agenda, zijn vrouw die hem via whatsapp sms’jes toestuurt, zijn dochter die hem vervolgens belt met vragen over het nieuwe werken voor haar profielwerkstuk. Daarnaast checkt hij gelijktijdig op zijn iPad ‘in the cloud’ de facebookpagina van voorzitter Anita Pepping (‘oh, ze is van 1966’). En verstuurt berichten met Kimberly, zijn minnares die hem laat weten dat ze haar rode setje alvast aandoet. Pepping interrumpeert hem via sociale media: de zeven minuten zijn om. Den Hollander verstuurt vol tevredenheid zijn nota van 1206,86 voor zijn column. Lekker makkelijk geld verdienen.

 

Terug naar het debat zelf, naar RUG-arbeidseconoom Peter van der Meer, die een kritische geluid laat horen. Hij doet weinig aan het nieuwe werken. “Ik wil thuis niet werken, want dan ben ik altijd aan het werk. Ik wil voorkomen dat werk en privé te veel door elkaar gaan lopen.” Hij noemt een bedrijf dat dergelijke maatregelen heeft getroffen: Volkswagen. Medewerkers kunnen uiterlijk een half uur voor en een half uur na werktijd in- en uitloggen. Dijkstra: “Vindt u dat niet betuttelend?” Van der Meer: “Je zou kunnen zeggen: het leven bestaat uit meer dan werken alleen.”

 

Volgens Van der Meer kan het nieuwe werken niet in alle sectoren worden ingevoerd. De tweede stuurman van de boot naar Spitsbergen kan de boot niet vanaf huis besturen. Daarnaast wijst hij op het invoeren op gebruik van ICT. Het vergroot weliswaar de autonomie en betere toegang tot informatie, maar veel werk verdwijnt door het toenemende digitale verkeer, zoals de postbode. Het leidt ook tot meer controle: het werk van werknemers in sommige sectoren is door de nieuwe technieken van minuut tot minuut te controleren. Bovendien vinden ondergeschikten het lastig als hun leidinggevenden er niet zijn. Communicatie verloopt digitaal slechter dan face-to-face. Een vrouw uit het publiek, die bij de belastingdienst werkt, beaamt dit.

 

Dan krijgt Hofkamp het woord. “Het is goed om tegengeluiden te horen. Ze zijn bepalend geweest in de organisatieontwikkelingen. Eerst wordt er gekeken naar het technische systeem, vervolgens naar het gedragscomponent. Twee dingen zijn belangrijk: ten eerste de kwaliteit van het werk. Er zijn mensen die werken met een intrinsieke bevlogenheid, maar er is ook veel saai werk. Samenzijn met collega’s is dan extra belangrijk. Thuiswerken heeft in dit geval tot gevolg dat werknemers hun motivatie verliezen. De mate waarin arbeid is opgedeeld is ook belangrijk. Collega’s ervaren het als storend als ze hun leidinggevende niet kunnen vinden om problemen op te lossen. Dan is werken op afstand lastig.”

 

Dijkstra meent dat er in het nieuwe werken autonomie is voor de werknemer. “Als Ajax wint, kan ik ervoor kiezen om naar kantoor te gaan en het met mijn collega’s te delen. Een collega die een beleidsrapport schrijft met een deadline, zou er sneller voor kiezen om thuis te werken.”


Hofkamp: het nieuwe werken zit vol paradoxen. Meer en minder vrijheid, lossere verbanden en behoefte aan nieuwe verbindingen. Zelfs zelfstandige professionals gaan naar plekken om samen te werken. En ook voor organisaties is samenzijn essentieel. Collectiviteit kun je niet altijd plannen. In de toekomst komt er een beweging terug naar de werkvloer. Van Yperen haakt hierbij aan. Het is uitgesloten om in organisaties volledig individueel te werken.

 

Of het nieuwe werken nu echt gelukkiger maakt? “Ja en nee”, vindt Den Hollander. “De valkuil is dat de faciliteiten bij de RUG goed zijn. Je hebt de neiging om binnegekomen e-mails even senel te lezen – en waarom niet? – te beantwoorden. Zelfs tijdens het uitlaten van mijn hond. Ik doe nu mijn smartphone uit tijdens het uitlaten.” “Maar het lukte je dus toch, en waarom zou dat alleen voor jou gelden?”, vraagt Van Yperen. Hofkamp is ook gelukkiger met het nieuwe werken. Van der Meer tot slot: “Keuzevrijheid maakt gelukkig, maar van te veel keuzevrijheid word je juist ongelukkig.”