Oorlogsverwerking in Duitse en Nederlandse poëzie
Kaalslag en schoonheid. Over de Duitstalige poëzie in de eerste jaren na de oorlog. - Prof. dr. Ton Naaijkens, afdeling Duits van de Universiteit Utrecht
Zowel in de oorlog als in de jaren erna verraadde het gedicht de houding van de dichter ten opzichte van de werkelijkheid om hem heen. Uit de gedichten uit deze tijd spreekt een grote urgentie, met name in het Duitstalige gebied. Die urgentie werd alleen maar groter toen denkers als Adorno het barbaars vonden om na Auschwitz nog gedichten te schrijven. In deze lezing wordt in het bijzonder ingegaan op de gedichten van Paul Celan, die met zijn Todesfuge liet zien dat het belangrijk blijft om gedichten te schrijven.
Dit steeds weer hedendaags verleden. Scherven van de Tweede Wereldoorlog in de naoorlogse Nederlandse poëzie: Lucebert en Gerrit Kouwenaar - Prof. dr. Gillis Dorleijn, afdeling Nederlands van de Rijksuniversiteit Groningen
Van het besef dat taal niets menselijks meer was, was de generatie naoorlogse dichters ten diepste doordrongen. De traditionele schoonheid had immers haar gezicht verbrand. Om toch te kunnen dichten, moesten dichters via de omweg van duistere spraakgebreken op zoek gaan naar de kern. De poëzie van zowel Lucebert als Kouwenaar laat zien hoe de bomscherven van de Tweede Wereldoorlog hun dichterlijke universum voortdurend hebben bepaald. De lezingen worden afgewisseld met optredens van de Groningse dichters Arjen Nolles en Jurre van den Berg, en de Oldenburgse dichters Julia Gerdes en Antje Olthoff. Het geheel wordt met een kleine forumdiscussie afgesloten. De presentatie is in handen van Stefan Nieuwenhuis.
Programma
Alle voorstellingen zijn geweest.
| Locatie: | Extra: |
U kunt kaarten reserveren op het telefoonnummer 050 312 04 33. |
|---|

Nieuwsbrief
Wilt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief, vul dan uw gegevens in.
Volg ons op Twitter
Word Facebook fan